Gebiedsproces Schoonebeek

Even voorstellen: 

Kees van Oostenrijk,

onafhankelijk voorzitter van de ‘Eulietaofel’

Tekst: Kees Veenstra foto: Kees van Oostenrijk

Quote: Als mensen bij de ‘Eulietaofel’ bijeenkomst zitten, moeten zij weten dat het zin heeft en dat er iets gedaan wordt met wat er gezegd en gevraagd wordt.

In de brief die alle inwoners van Schoonebeek op dinsdag 25 november hebben ontvangen werd het al aangekondigd: de heer Kees van Oostenrijk (74) is benoemd tot onafhankelijk voorzitter van de ‘Eulietaofel’. Ook werd in die brief al aangegeven dat hij zich in de Jaknikker zou voorstellen.

Wil je iets vertellen over je achtergrond?

“Ik ben opgegroeid in Hilversum en omgeving, ik heb wel altijd in dorpen gewoond. Toen ik in de beginjaren negentig algemeen directeur werd bij Forbo-Novilon in Coevorden ben ik met mijn gezin verhuisd naar Dalen en daar woon ik nu nog steeds. Tot grote tevredenheid mag ik wel zeggen, het bevalt ons uitstekend in Zuidoost-Drenthe. We wonen in het centrum van het mooie West-Europa, maar niet van Nederland, proberen we altijd uit te leggen aan de oppervlakkige aardrijkskundigen uit de Randstad.”

En wat het werk betreft?

“In 2003 ben ik gestopt bij Forbo-Novilon en ben ik toegetreden tot een maatschap van interim-directeuren en van daaruit heb ik tot 2019 directie-opdrachten bij diverse organisaties gedaan. Intussen was ik al heel lang actief in de rubber- en kunststofindustrie.

Sinds 2003 ben ik bestuurder van de inzamelings- en herverwerkingsorganisatie van autobanden in Nederland, Stichting Fonds Band en Milieu | RecyBEM, die het Besluit Beheer Autobanden uitvoert namens alle bandenfabrikanten en -importeurs in Nederland uitvoert. Ieder land in Europa heeft zo’n club. Binnenkort stop ik met die functie, en blijf ik als adviseur/ambassadeur aan Band en Milieu verbonden.”

“We hebben in deze branche uiteraard ook veel te maken met milieuaspecten, duurzaamheid en circulair werken. Ik kan met trots zeggen dat we op dit gebied inmiddels heel ver zijn  gekomen. We adviseren bedrijven ook om juist nieuwe technologieën hiervoor in te zetten. We werken uiteraard nauw samen met de overheidsinstanties.”

Hoe ging die benoeming in zijn werk en wat maakte dat je daar ‘ja’ tegen zei.

“Vanuit mijn werk en omdat het me boeit wat er in Zuidoost-Drenthe gebeurt, heb ik het proces in Schoonebeek, van een afstandje, ook gevolgd. Afgelopen jaar ben ik benaderd door de gemeenten Emmen en Coevorden voor deze functie. Daarna heb ik een aantal gesprekken gevoerd met het bestuurlijk overleg dat ging over de oliewinning en de daarbij behorende waterinjectie in Schoonebeek. Toen ik hoorde wat er gevraagd werd, had ik het idee dat ik hier toegevoegde waarde kan leveren.”

Ik denk dat ik heel goed kan aanvoelen hoe beide kanten, de bewoners en NAM, erin zitten. Ik kom vanuit de industrie, maar ook gezien mijn eigen ervaring met milieu en de wereld van circulariteit en klimaat waarin ik nu zit, ben je wel altijd bezig over de vraag hoe productiebedrijven zouden moeten werken. We zitten terecht in onze maatschappij in een beweging van A naar B, van Anders naar Beter, maar we moeten ook beseffen wat we goed hebben gedaan en wat we goed moeten blijven doen. Met die balans ben je altijd bezig in je werk. Die afwegingen moeten we goed maken met z’n allen en daarbij ben ik pragmatisch en hands-on, maar wel altijd mensgericht. Ik ga altijd voor het collectief belang. Dat probeer ik ook altijd toe te passen in mijn rol als bestuurder. Dat past denk ik ook goed bij de rol als voorzitter van de ‘Eulietaofel’.”

Missie en rol

“Ik vind Schoonebeek een interessant en mooi dorp. Als NAM heb je, samen met de overheid, een bepaalde verantwoordelijkheid naar de gemeenschap. Dat doet de NAM. En willen NAM en overheid  op een goede manier blijven uitvoeren. Belangrijk is dat er sprake moet zijn van het goede collectieve gevoel en de goede richting”.

Over zijn rol

“Ik heb bij de bestuurders aangegeven dat ik niet alleen voorzitter wil zijn van de bijeenkomsten van de ‘Eulietaofel’. Ik zie mijzelf als een echte onafhankelijke voorzitter, die zich moet inleven in de materie. Ik wil luisteren naar alle betrokken groepen, instanties die in beeld zijn geweest en die in beeld komen in het vervolg. 

Hoe ziet de “Eulietaofel’ er nu precies uit en hoe werkt het?

De ‘Eulietaofel’ is, of beter gezegd, wordt een gespreksplatform voor alle inwoners van Schoonebeek die geïnteresseerd zijn of direct te maken hebben met de plannen van de NAM in Schoonebeek. Het is enerzijds een klankbord voor de NAM en Bestuurlijke Instanties en anderzijds is het bedoeld voor informatieoverdracht vanuit die partijen naar de gemeenschap. De ‘Eulietaofel’ zorgt voor de verbinding tussen alle partijen.

Vanaf het voorjaar 2026 worden een aantal bijeenkomsten per jaar van de ‘Eulietaofel’ georganiseerd en kunnen alle inwoners van Schoonebeek  zich daarvoor inschrijven en hun vragen stellen. Het is dus geen besloten gezelschap voor geselecteerde verenigingen of clubs, maar een open gespreksplatform voor bewoners, in direct gesprek met NAM en overheid. Het is dan mijn taak om ervoor te zorgen dat vragen beantwoord worden en dat het antwoord duidelijk is of wordt. En als daar afspraken over worden gemaakt , probeer ik er echt voor te zorgen dat die afspraken worden nagekomen.”

We staan dus nog aan het prille begin. Hoe gaat het vanaf nu verder?

“De komende tijd ga ik met alle partijen die een rol in dit proces spelen in gesprek om me een zo goed mogelijk beeld van de situatie en de belangen te vormen. Daarna gaan we beginnen met de voorbereiding van de eerste ‘Eulietaofel’. Omdat we gekozen hebben voor een openbaar platform moeten we nog goed nadenken over hoe we dat concreet en praktisch vorm en inhoud geven. Daar zijn de voorbereidende gesprekken ook belangrijk voor.”

Is er nog iets wat je nog kwijt wilt?

“Aan de ‘Eulietaofel’ praat iedereen mee, dat is heel belangrijk. We zitten daar als mensen die te maken hebben met de oliewinning in Schoonebeek en die daar met z’n allen op een goede manier mee verder willen. Daarvoor moeten dingen met elkaar goed besproken worden. Iedereen moet weten dat het zin heeft en dat er iets gedaan wordt met wat er gezegd en gevraagd wordt.”